Diagnostische methoden
Bij het vermoeden van kanker zal uw arts u adviseren verschillende onderzoeken te ondergaan. De onderzoeken die regelmatig plaatsvinden, staan hieronder beschreven.
CT-scan (computertomografie)
Met een computertomograaf maakt men zeer gedetailleerde foto's van dwarsdoorsneden van organen en/of weefsels. Hierbij wordt gelijktijdig gebruikgemaakt van röntgenstraling en een computer.
Tijdens het onderzoek ligt u op een beweegbare tafel. Terwijl de tafel verschuift, maakt men een serie foto's. Op elke foto is als het ware steeds een plakje van het orgaan of het weefsel te zien.
MRI (Magnetic Resonance Imaging)
Bij dit onderzoek wordt gebruikgemaakt van een magneetveld, radiogolven en een computer.
Die magneetvelden maken als het ware dwars- of lengtedoorsneden van het lichaam zichtbaar.
Tijdens dit onderzoek ligt u in een soort koker. Het onderzoek wordt daarom soms als benauwend ervaren. Een MRI-apparaat kan bovendien nogal wat lawaai maken. Hiervoor krijgt u oordopjes in. Soms kunt u naar uw eigen meegebrachte muziek luisteren. Via de intercom blijft altijd contact bestaan tussen u en de laborant.
Echografie
Echografie is een onderzoek met behulp van geluidsgolven. Deze golven zijn niet hoorbaar, maar de weerkaatsing ervan (echo) maakt organen en/of weefsels zichtbaar op een beeldscherm.
Tijdens het onderzoek ligt u op een onderzoeksbank. Op de huid wordt een gelei aangebracht. De onderzoeker beweegt een klein apparaatje dat de golven uitzendt, over de huid. De afbeeldingen op het beeldscherm kunnen op foto's worden vastgelegd.
Biopsie en punctie
Om de diagnose kanker te kunnen stellen is meestal weefsel- of celonderzoek nodig. Het weefsel dat hiervoor nodig is kan op verschillende manieren verwijderd worden:
- via de huid
- tijdens een echografie
- tijdens een scopie
- tijdens een (kijk)operatie
Voor welke manier gekozen wordt, is afhankelijk van de plaats van de afwijking.
Tijdens de ingreep worden cellen via een naald opgezogen (een punctie) of een stukje weefsel weggenomen (een biopt). Als het nodig is, wordt u plaatselijk verdoofd. Het verzamelde weefsel en/of de cellen worden in het laboratorium nader onderzocht. De uitslag van het onderzoek krijgt u vaak na 1-2 weken.
Skeletscintigrafie
Een skeletscintigrafie is een onderzoek waarmee eventuele uitzaaiingen in de botten zichtbaar gemaakt kunnen worden. Voor dit onderzoek krijgt u een radioactieve stof toegediend in een ader van de arm. Na enkele uren heeft het skelet voldoende radioactieve stof opgenomen. Dan worden er foto's gemaakt. De hoeveelheid radioactiviteit die bij dit onderzoek gebruikt wordt, is gering. Schadelijke effecten zijn daardoor niet te verwachten. Voor het maken van de foto's moet u op een onderzoeksbank liggen. Vervolgens beweegt een camera langzaam over u heen.
PET-scan (Positron Emissie Tomografie)
De PET-scan wordt meestal gebruikt om eventuele uitzaaiingen op te sporen. Met de PET-scan is het mogelijk om kankercellen in beeld te brengen via stofwisselingsprocessen. De meeste kankercellen hebben een verhoogde stofwisseling, waarbij er zeer veel suiker verbruikt wordt. Door aan suikermoleculen een radioactieve stof te koppelen, is het mogelijk om kankercellen zichtbaar te maken.
Als voorbereiding op de PET-scan is het erg belangrijk dat u minimaal 6 uur vóór het onderzoek niet meer eet. Drinken is wel toegestaan, als er maar geen suiker in zit. Via een ader in de arm krijgt u de radioactieve stof toegediend. Voor het maken van de foto's ligt u op een onderzoekbank. De camera wordt om u heen geplaatst. Na het onderzoek is er nog maar weinig radioactiviteit in het lichaam aanwezig. Er is geen gevaar voor u of uw omgeving.
Een PET-scan is alleen mogelijk in enkele gespecialiseerde centra.
Laatst bewerkt: 3 september 2009Bron: KWF Kankerbestrijding
