Erfelijkheid
Kanker is een veel voorkomende ziekte in ons land. In veel families zijn er familieleden die kanker hebben (gehad). Maar wanneer is dit te wijten aan toeval? En wanneer 'zit kanker in de familie', ofwel: wanneer moet u denken aan de mogelijkheid van een erfelijke aanleg?
Meestal is er geen sprake van een erfelijke aanleg. Omdat gemiddeld een op de drie mensen ooit kanker krijgt, is de kans vrij groot dat verschillende familieleden kanker hebben (gehad) of krijgen. Vooral wanneer u een grote familie heeft. Als familieleden uiteenlopende soorten kanker hebben (gehad) is er meestal sprake van toeval. Want erfelijke kanker uit zich doorgaans als één bepaalde soort kanker, of als een specifieke combinatie van soorten kanker.
Als één bepaalde soort kanker veel in een familie voorkomt, is dit echter evenmin altijd erfelijk bepaald. Het kan te maken hebben met bepaalde leefgewoonten in een familie. Als veel familieleden roken, kan longkanker vaker voorkomen dan in families met weinig rokers. Verder kunnen bepaalde lichamelijke eigenschappen in een familie mensen gevoelig(er) maken voor bepaalde kankerbevorderende risicofactoren. Mensen in een familie met een lichte huid lopen bijvoorbeeld meer risico op huidkanker door te veel zon, dan mensen die van nature een donkerder huid hebben.
Verwanten
Bij een erfelijke soort kanker kan de aanleg van ouder op kind worden doorgegeven. Bij een erfelijke aanleg gaat het dus altijd om verwanten. Dat zijn familieleden met gemeenschappelijke (groot)ouders. Dus grootouders, kinderen en kleinkinderen, maar ook neven, nichten, tantes en ooms.
Eerste- en tweedegraads
Is er een directe lijn (bijvoorbeeld ouder-kind, broer-zus), dan spreekt men van eerstegraads verwanten. Zit er één schakel tussen (bijvoorbeeld grootouder-kleinkind, neef-nicht of neef/nicht-tante/oom) dan gaat het om tweedegraads verwantschap.
Vaker kanker in één familie
Als er in één familie verschillende verwanten kanker hebben (gehad), kan dit te maken hebben met:
- Puur toeval, bijvoorbeeld wanneer een vader longkanker heeft en zijn dochter borstkanker.
- Het feit dat verscheidene familieleden een gewoonte hebben die het risico op een bepaalde soort kanker verhoogt, zoals roken.
- Een lichamelijke eigenschap in de familie,waardoor die familie gevoeliger is voor bepaalde kankerbevorderende invloeden. Bijvoorbeeld een lichte huid, die mensen gevoeliger maakt voor zonlicht.
- Erfelijke kanker: een erfelijk bepaalde verhoogde gevoeligheid voor het ontstaan van een bepaalde soort kanker. Bijvoorbeeld wanneer een moeder en haar twee dochters op jonge leeftijd borstkanker hebben (gehad).
Erfelijke kanker
Wanneer verwanten uit verschillende generaties één bepaalde soort kanker hebben (of specifieke soorten kanker die met elkaar samenhangen), is de mogelijkheid van erfelijke kanker aannemelijker. Een erfelijke aanleg voor een bepaalde soort kanker kan van ouder op kind worden doorgegeven (overerving). Bij ongeveer 5% van alle mensen met kanker is sprake van erfelijke kanker.
Erfelijke kanker wordt meestal op jongere leeftijd ontdekt dan niet-erfelijke kanker: vaak vóór het vijftigste jaar. Bij sommige veelvoorkomende soorten kanker, zoals longkanker, is een erfelijke aanleg zelden aan de orde. Daarentegen zijn borstkanker, eierstokkanker, dikkedarmkanker, baarmoederkanker, melanoom en prostaatkanker voorbeelden van soorten kanker waarbij erfelijke aanleg een rol kan spelen.
Veelvoorkomende soorten kanker
Borstkanker, dikke darmkanker en prostaatkanker komen veel voor. Daarom zal het meestal op toeval berusten wanneer een van deze soorten kanker vaker voorkomt binnen één familie. Soms speelt erfelijke aanleg echter wel een rol.
Kenmerken die wijzen op een mogelijke erfelijke oorzaak van kanker
Aanwijzingen voor een erfelijke aanleg kunnen zijn:
|
Het voorkomen van dezelfde soort kanker bij twee of meer naaste verwanten |
Bijvoorbeeld borstkanker, dikkedarmkanker, melanoom, prostaatkanker of retinoblastoom (een zeldzame oogtumor) |
|
Het in de familie (of bij één persoon) voorkomen van een specifieke combinatie van verschillende soorten kanker |
Specifieke combinaties:
|
|
Het voorkomen van kanker op relatief jonge leeftijd |
Meestal vóór het 50e jaar |
|
Meerdere tumoren in één orgaan |
Bijvoorbeeld meer dikke darmtumoren |
|
Tumoren in twee dezelfde organen |
Bijvoorbeeld in beide borsten |
|
Het voorkomen van een voor het geslacht zeldzame soort kanker |
Bijvoorbeeld borstkanker bij een man |
Hoe meer verschillende kenmerken uit de tabel van toepassing zijn, hoe groter de kans dat er sprake is van een erfelijke aanleg.
Naast verschillende soorten erfelijke kanker bestaat er een aantal zeldzame erfelijke syndromen waarbij het risico om een bepaalde soort kanker te krijgen aanzienlijk verhoogd is.
Laatst bewerkt: 26 januari 2010Bron: KWF Kankerbestrijding
