De vrouwelijke geslachtsorganen
|
De vrouwelijke geslachtsorganen bestaan uit de inwendige en uitwendige geslachtsorganen. De kleine en grote schaamlippen, de clitoris (kittelaar) en de ingang van de vagina behoren tot de uitwendige geslachtsorganen.
Tot de inwendige geslachtsorganen van de vrouw behoren de baarmoeder, de vagina (schede), de eierstokken en de eileiders. Deze organen bevinden zich in het onderste deel van de buikholte (het kleine bekken). Met behulp van steunweefsel worden zij op hun plaats gehouden. |
De baarmoeder
De baarmoeder heeft de vorm van een omgekeerde peer. Het brede deel, het baarmoederlichaam, vormt het grootste deel van de baarmoeder. Aan weerszijde van dit brede deel liggen de eierstokken met de eileiders. De eileiders vormen de verbinding tussen de baarmoeder en de eierstokken. Het baarmoederlichaam gaat over in de baarmoederhals, het onderste en smalle deel van de baarmoeder. De baarmoederhals vormt de verbinding tussen het baarmoederlichaam en de vagina. Aan het uiteinde van de baarmoederhals bevindt zich de baarmoedermond.
Slijmvlies
Het baarmoederlichaam is van binnen bekleed met slijmvlies dat maandelijks - bij de menstruatie (ongesteldheid) - wordt afgestoten. Baarmoederhals en baarmoedermond zijn eveneens bekleed met slijmvlies. Dit wordt tijdens de menstruatie echter niet afgestoten.
Het slijmvlies in de baarmoederhals bestaat uit een ander soort cellen dan het slijmvlies in de baarmoedermond. Op de plaats waar deze twee soorten cellen aan elkaar grenzen is een overgangsgebied.
Laatst bewerkt: 22 juni 2008Bron: KWF Kankerbestrijding
