Baarmoederhalskanker (selectie ongedaan maken) < selecteer een ziekenhuis voor informatie op maat

Bestraling (radiotherapie)

Bestraling is een plaatselijke behandeling om kankercellen te vernietigen, terwijl de gezonde cellen zo veel mogelijk gespaard blijven. Kankercellen verdragen straling slechter dan gezonde cellen en herstellen zich er minder goed van. Gezonde cellen herstellen zich over het algemeen wel. Bestraling kan bij baarmoederhalskanker een curatieve, adjuvante of palliatieve behandeling zijn.

 

Bij meer gevorderde stadia van baarmoederhalskanker wordt bestraling zonder voorafgaande operatie als eerst aangewezen behandeling toegepast (curatieve bestraling). Daarbij worden behalve de baarmoeder ook de eileiders, de eierstokken, het bovenste deel van de vagina en de lymfeklieren in het bekken bestraald.

Meestal wordt een combinatie van inwendige en uitwendige bestraling gegeven. Bij veel vrouwen wordt bestraling gecombineerd met chemotherapie of hyperthermie.

Uitwendige bestraling

De straling komt uit een bestralingstoestel. Het te behandelen gebied wordt van buitenaf - door de huid heen - bestraald. De radiotherapeut zorgt ervoor dat de stralenbundel nauwkeurig wordt gericht en dat het omliggende, gezonde weefsel zo veel mogelijk buiten het te bestralen gebied blijft. Over het algemeen duurt een bestralingsbehandeling een aantal weken en heeft vier- of vijfmaal per week plaats. In die periode krijgt u per keer gedurende een aantal minuten een dosis straling. Voor bestraling is meestal geen opname in het ziekenhuis nodig. Bij patiënten die uitwendige bestraling krijgen als adjuvante behandeling, begint de bestralingsserie enkele weken na de operatie.

Bijwerkingen

Bestraling beschadigt niet alleen kankercellen, maar ook gezonde cellen in het bestraalde gebied. De bijwerkingen die u kunt verwachten hangen af van het bestraalde gebied, de bestralingsdosis en de toegepaste techniek. Over het algemeen hebben patiënten tijdens en na afloop van de bestralingsperiode last van futloosheid en vermoeidheid. Doordat bij bestraling van de onderbuik ook de darmen en de blaas straling krijgen, kunt u veelvuldig aandrang voelen om ontlasting te krijgen, last hebben van buikkrampen diarree en er kunnen klachten optreden zoals bij een blaasontsteking. Als u nog niet in de overgang bent, zal bestraling van de eierstokken tot gevolg hebben dat u in de overgang komt. Soms is het mogelijk om van tevoren een of beide eierstokken buiten het bestralingsgebied te plaatsen (zie operatie). De meeste klachten verdwijnen doorgaans enkele weken na afloop van de behandeling. Sommige mensen merken echter nog lang na hun behandeling dat zij eerder vermoeid zijn dan vóór hun ziekte.   

 

Op de bestralingsafdeling krijgt u gerichte adviezen om zo min mogelijk last te hebben van de bijwerkingen.

De klachten kunnen soms langer aanhouden. Misschien houdt u langer last van darmklachten (krampen, veelvuldige aandrang en diarree). Uw arts kan hiervoor medicijnen voorschrijven. Ook kunnen er blaasklachten zijn, zoals vaker aandrang, of blaasontstekingen.

Vooral bij de combinatie van uitwendige en inwendige bestraling kan het bovenste deel van de vagina stugger en droger worden. Dit kan seksuele activiteit bemoeilijken. Uw arts zal u adviezen geven om dit zoveel mogelijk te voorkomen. Zie ook 'Seksualiteit'.

Inwendige bestraling

Inwendige bestraling vindt plaats van binnenuit met een kleine stralingsbron. Hiervoor brengt de arts applicatoren (bronhouders) in in de baarmoeder en/of in het bovenste gedeelte van de vagina. Deze bronhouders zijn smalle holle buisjes. Het inbrengen van de bronhouders gebeurt onder plaatselijke verdoving of onder narcose. Als u inwendige bestraling krijgt na een operatie kunt u doorgaans poliklinische behandeld worden. Meestal is echter opname in het ziekenhuis nodig.

 

De inwendige bestraling vind plaats door middel van een 'after-loding apparaat'. Dit apparaat brengt via dunne slangen, radioactiviteit over naar de bronhouder. Van de bestraling zelf voelt u niets.

 

De radiotherapeut berekent nauwkeurig hoeveel straling voor iedere patiënte nodig is. Hierdoor varieert de duur van de inwendige bestraling.

 

Na het inbrengen van de bronhouders maakt men röntgenfoto's of een CT-scan voor de berekening van de dosis inwendige bestraling.

 

Bij sommige vrouwen wordt ook een MRI gemaakt. Het maken van de foto's en het precies berekenen van de bestralingsdosis kan een half uur tot enkele uren duren. Uw radiotherapeut zal dit tevoren met u bespreken.

 

Als de bestraling een aantal uren duurt, verblijft u, vanwege de straling, in een kamer met speicale voorzieningen. Daar worden de bronhouders aangesloten op het after-loading apparaat. Er is dan tevoren een urinekatheter ingebracht zodat u rustig in bed kunt blijven liggen.

 

Als de bestraling klaar is, wordt het after-loading apparaat losgekoppeld en worden de bronhouders verwijderd. U ben daarna vrij van straling.  

Bijwerkingen

Doorgaans heeft u weinig klachten na inwendige bestraling. Soms is het plassen enkele dagen wat gevoelig. Omdat de inwendige bestaling tijdens of kort na de uitwendige bestraling plaatsvindt, kunt u wel nog last hebben van de bijwerkingen van de uitwendige bestraling.

Laatst bewerkt: 22 augustus 2008Bron: KWF Kankerbestrijding

Voor de disclaimer, zie: http://www.kankerwiehelpt.nl/disclaimer-8.html
 

Mededeling

U ziet op deze pagina 'slechts' een beperkt aantal ziekenhuizen. Dit betekent dat alleen getoonde ziekenhuizen voor deze kankersoort eigen ziekenhuisinformatie hebben toegevoegd.

 

Als een ziekenhuis over een kankersoort nog geen eigen informatie heeft toegevoegd, betekent dit niet dat u daar niet behandeld kunt worden. Het betekent óók niet dat het ziekenhuis niet deskundig is.

 

Wanneer u kiest voor 'Toon alle ziekenhuizen' krijgt u de mogelijkheid om een ziekenhuis te selecteren, waarvan de algemene informatie getoond wordt. Daarna kunt u via de knop 'kankersoort' zien voor welke kankersoorten het ziekenhuis informatie heeft toegevoegd.