Chemotherapie
Chemotherapie is de behandeling van kanker met celdodende of celdelingremmende medicijnen: cytostatica. Er zijn verschillende soorten cytostatica, elk met een eigen werking. De medicijnen kunnen op verschillende manieren worden toegediend, bijvoorbeeld per infuus, als tablet of per injectie. Via het bloed verspreiden zij zich door uw lichaam en kunnen op vrijwel alle plaatsen kankercellen bereiken. Chemotherapie wordt bij baarmoederhalskanker bij veel vrouwen gecombineerd met bestraling. De toevoeging van chemotherapie tijdens de bestralingsperiode versterkt het effect van de bestraling op baarmoederhalskanker.
Chemotherapie kan bij deze vorm van kanker ook worden toegepast in de volgende situaties:
- Om te proberen de tumor te verkleinen, zodat de operatie of bestraling die daarop volgt beter is uit te voeren (vooral in het kader van wetenschappelijk onderzoek).
- Als palliatieve behandeling in een vergevorderd stadium van de ziekte.
Bijwerkingen
Cytostatica tasten naast kankercellen ook gezonde cellen aan. Daardoor kunnen onaangename bijwerkingen optreden, bijvoorbeeld:
- haaruitval
- misselijkheid
- braken
- darmstoornissen
- verhoogd risico op infecties
- vermoeidheid
Acute misselijkheid en overgeven zijn meestal te bestrijden met medicijnen. De bijwerkingen verminderen doorgaans geleidelijk nadat de cytostaticatoediening is beëindigd. Vermoeidheid kan na de behandeling echter nog lang aanhouden.
Of u last krijgt van bijwerkingen hangt onder meer af van de soorten en hoeveelheden cytostatica die u krijgt. Bij de combinatie van bestraling met chemotherapie zult u de behandeling waarschijnlijk als extra vermoeidend ervaren. Meestal is er bij deze gecombineerde behandeling weinig haaruitval.
Laatst bewerkt: 10 september 2009Bron: KWF Kankerbestrijding
