Blaaskanker (selectie ongedaan maken) < selecteer een ziekenhuis voor informatie op maat


Blaasspoeling (blaasinstillatie)

Voor een blaasspoeling wordt eerst een blaaskatheter ingebracht. Soms wordt daarbij een verdovende gelei gebruikt. Via de katheter (dunne slang) loopt alle urine uit de blaas. Daarna worden medicijnen, die opgelost zijn in een vloeistof, in de blaas gebracht. Na het inbrengen van de medicijnen wordt de katheter meteen weer verwijderd.

Als de blaas goed leeg blijft, kunnen de medicijnen de hele blaaswand bereiken en hebben daardoor een beter effect. Daarom moet u voor en tijdens de spoeling zo weinig mogelijk drinken. Na de spoeling plast u de spoelvloeistof gewoon uit. Vanwege mogelijke resten medicijnen die schadelijk kunnen zijn, is het wel aan te bevelen voorzichtig te zijn. Het advies aan mannen is bijvoorbeeld om zittend te plassen (om spetteren te voorkomen).

De hoeveelheid blaasspoelingen is afhankelijk van het berekende risico op terugkeer van de tumor. Afhankelijk van de risicogroep waartoe de tumor behoort, wordt besloten welke en hoeveel blaasspoelingen gegeven worden. De behandeling vindt poliklinisch plaats.  

Twee soorten medicijnen

Er worden twee soorten medicijnen gebruikt:  

  • celdodende en celdelingremmende medicijnen (cytostatica) 
  • medicijnen die een afweerreactie tegen kankercellen stimuleren (immunomodulatoren)

Cytostatica werken sterk op cellen die snel delen, zoals kankercellen, en minder sterk op gezonde cellen. Tijdens een blaasspoeling blijft het cytostaticum dat voor de blaasspoelingen gebruikt wordt (mitomycine) een à twee uur in de blaas. Deze behandeling wordt meestal gedurende zes tot twaalf maanden na de operatie gegeven. Patiënten met een laag risico blaastumor krijgen meestal één spoeling binnen 12 tot 24 uur na de TUR.

Van de immunomodulatoren (BCG en immunocyanine) is de precieze werking nog niet helemaal bekend. Immunocyanine bestaat uit dierlijk eiwit. BCG is een vaccin tegen tuberculose, dat ook werkzaam blijkt bij blaaskanker. Er zijn aanwijzingen dat deze medicijnen het lichaam aanzetten tot afweer tegen de kwaadaardige cellen. De behandeling is daarmee een vorm van immunotherapie (behandeling met medicijnen die een afweerreactie tegen kankercellen stimuleert).

Na de operatie worden de spoelingen wekelijks gedurende zes weken gegeven. Afhankelijk van het middel volgt daarna gedurende een tot drie jaar een onderhoudsbehandeling, waarbij het middel maandelijks of driemaandelijks wordt toegediend.

De keuze van het medicijn is afhankelijk van de risicogroep. Patiënten met een laag risico blaastumor krijgen een spoeling met cytostatica.

Een gemiddeld risico blaastumor wordt behandeld met cytostatica óf immunomodulatoren. Aan mensen met een hoog risico blaastumor worden immunomodulatoren gegeven.

De meest voorkomende bijwerkingen van een blaasspoeling zijn:  

  • bloed in de urine
  • vaak moeten plassen 
  • pijn tijdens het plassen

Deze bijwerkingen komen bij het gebruik van mitomycine soms voor.

Bij het gebruik van BCG komen deze klachten vaker voor, met name aan het einde van de zes wekelijkse spoelingen.
Na het stoppen van de behandeling herstelt het slijmvlies zich en verdwijnen de klachten meestal één dag na de laatste spoeling.

Blijven de klachten langer bestaan, neem dan contact op met uw behandelend arts. Dat is ook verstandig als u zich in algemene zin niet lekker voelt en koorts (boven 38,5 °C) en/of gewrichtszwellingen krijgt. De genoemde  klachten zijn over het algemeen goed te behandelen. Wél is het soms nodig om verdere spoelingen uit te stellen of zelfs helemaal te stoppen met de spoelingen.

Laatst bewerkt: 17 juli 2009Bron: KWF Kankerbestrijding


Voor de disclaimer, zie: http://www.kankerwiehelpt.nl/disclaimer-8.html
 

Mededeling

U ziet op deze pagina 'slechts' een beperkt aantal ziekenhuizen. Dit betekent dat alleen getoonde ziekenhuizen voor deze kankersoort eigen ziekenhuisinformatie hebben toegevoegd.

 

Als een ziekenhuis over een kankersoort nog geen eigen informatie heeft toegevoegd, betekent dit niet dat u daar niet behandeld kunt worden. Het betekent óók niet dat het ziekenhuis niet deskundig is.

 

Wanneer u kiest voor 'Toon alle ziekenhuizen' krijgt u de mogelijkheid om een ziekenhuis te selecteren, waarvan de algemene informatie getoond wordt. Daarna kunt u via de knop 'kankersoort' zien voor welke kankersoorten het ziekenhuis informatie heeft toegevoegd.