Borstkanker (selectie ongedaan maken) < selecteer een ziekenhuis voor informatie op maat

Risicofactoren

Duidelijk aanwijsbare oorzaken van borstkanker zijn nog niet aan te geven. Het verband tussen oorzaak en gevolg (zoals tussen roken en longkanker) is bij borstkanker niet zo sterk. Wel is bekend dat borstkanker vooral voorkomt bij vrouwen van 50 jaar en ouder in de rijke westerse landen.


Ook is duidelijk dat de vrouwelijke geslachtshormonen, met name oestrogenen, een zeer belangrijke rol spelen bij het ontstaan van borstkanker. Verschillende factoren hebben invloed op de hormoonhuishouding, waaronder de erfelijke aanleg en allerlei leefgewoonten. Maar er zijn ook risicofactoren die niets met de geslachtshormonen te maken hebben.  

Erfelijke aanleg

Circa 5 tot 10% van alle vrouwen met borstkanker heeft de ziekte gekregen door een erfelijke aanleg. Bij erfelijke aanleg wordt borstkanker vaker relatief jong, voor het 50e jaar, vastgesteld. Meestal zijn er verschillende directe bloedverwanten (moeder, zussen) in verschillende generaties die borstkanker hebben (gehad).

 

Ook het voorkomen van zowel borstkanker als eierstokkanker in één familie of bij één persoon kan verband houden met erfelijkheid. Wanneer het vermoeden bestaat dat in uw familie sprake is van een erfelijke aanleg voor borstkanker, zal uw behandelend arts u verwijzen naar een Klinisch Genetisch Centrum of een Polikliniek Erfelijke Tumoren. 

Zelftest

Het radboud Universitair Centrum voor

Oncologie (RUCO) heeft een online zelftest

beschikbaar gesteld waarmee patiënten

of familieleden van patiënten zelf kunnen

nagaan of er een verhoogd risico is op

erfelijke borstkanker.

 Test uzelf!

Oestrogenen als risicofactor

Het risico op borstkanker is in lichte mate hoger bij:

  • Vrouwen die weinig of geen kinderen hebben en/of hun eerste kind op latere leeftijd hebben gekregen.
  • Vrouwen die geen of maar kort borstvoeding hebben gegeven.
  • Vrouwen die vroeg zijn gaan menstrueren of laat in de overgang zijn gekomen. 
  • Vrouwen met overgewicht tijdens en na de overgang. Na de overgang (als de eierstokken geen hormonen meer produceren) vindt namelijk nog wel oestrogeenproductie plaats in het vetweefsel.
  • Vrouwen die 'de pil' slikken. Tijdens de periode dat een vrouw de pil gebruikt, is het risico op borstkanker licht verhoogd. Dit risico neemt niet toe naarmate de pil langer wordt gebruikt. Het risico neemt af na het stoppen met de pil.
  • Vrouwen die langer dan twee tot drie jaar hormoonpreparaten gebruiken in verband met overgangsklachten. Het risico neemt af als de vrouw met het gebruik van de hormoonpreparaten stopt.
  • Vrouwen bij wie op een mammografie (röntgenfoto van de borst) 'dicht' borstklierweefsel te zien is.
  • Vrouwen die over een langere periode dagelijks meer dan één glas alcohol hebben gebruikt.
    Alcohol lijkt de hormoonhuishouding te kunnen beïnvloeden.
  • Vrouwen die te weinig bewegen. Het is nog niet helemaal duidelijk waarom lichaamsbeweging goed is om borstkanker te voorkomen, maar wel is duidelijk dat het risico afneemt naarmate vrouwen meer bewegen.

Overige risicofactoren

Hieronder staan andere factoren waarbij het risico op borstkanker licht verhoogd is:

  • Vrouwen die eerder borstkanker of een DCIS (Ductaal Carcinoma In Situ) hebben gehad, hebben een verhoogd risico om nog een keer borstkanker te krijgen, ook in de andere borst.
  • Vrouwen bij wie na een biopsie de goedaardige borstafwijking atypische ductale hyperplasie of lobulair carcinoma in situ is gevonden. Deze vrouwen hebben, afhankelijk van hun familiegeschiedenis, een licht verhoogd risico om borstkanker te krijgen.
    Slechts een klein deel van de vrouwen met een dergelijke goedaardige aandoening ontwikkelt uiteindelijk borstkanker. Bij de meeste andere goedaardige borstafwijkingen is er geen verhoogd risico op borstkanker.
  • Vrouwen die voor hun dertigste een bestralingsbehandeling hebben ondergaan (bijvoorbeeld vanwege het Hodgkin-lymfoom/de ziekte van Hodgkin).
  • Vrouwen die in het verleden, tijdens hun zwangerschap, het hormoon DES hebben gebruikt (DES-moeders). Er is vooralsnog geen verhoogd risico op borstkanker bekend voor DES-dochters.

Bij een erfelijke aanleg is het risico om borstkanker te krijgen sterk verhoogd. Veel van de andere genoemde risicofactoren verhogen het risico op borstkanker slechts in lichte mate. Dat betekent dat over het algemeen het risico op borstkanker van vrouwen mét een risicofactor slechts licht verhoogd is ten opzichte van vrouwen zonder die risicofactor.  

 

Vrouwen met een van die risicofactoren krijgen niet altijd borstkanker. Bovendien zijn er ook vrouwen die toch borstkanker hebben gekregen zonder dat een bekende risicofactor een rol speelde. Bij het ontstaan van borstkanker zijn vrijwel altijd verschillende factoren betrokken. Het is vaak moeilijk te zeggen waarom de ziekte zich juist bij die vrouw heeft ontwikkeld.  

 

Naar de relatie tussen borstkanker en voeding wordt veel onderzoek gedaan. Tot nu toe is er geen duidelijke relatie gevonden.  

 

Evenals alle andere soorten kanker is borstkanker niet besmettelijk.

Laatst bewerkt: 4 mei 2012Bron: KWF Kankerbestrijding, RUCO

Feiten en Fabels

Relevante links


Voor de disclaimer, zie: http://www.kankerwiehelpt.nl/disclaimer-8.html
 

Mededeling

U ziet op deze pagina 'slechts' een beperkt aantal ziekenhuizen. Dit betekent dat alleen getoonde ziekenhuizen voor deze kankersoort eigen ziekenhuisinformatie hebben toegevoegd.

 

Als een ziekenhuis over een kankersoort nog geen eigen informatie heeft toegevoegd, betekent dit niet dat u daar niet behandeld kunt worden. Het betekent óók niet dat het ziekenhuis niet deskundig is.

 

Wanneer u kiest voor 'Toon alle ziekenhuizen' krijgt u de mogelijkheid om een ziekenhuis te selecteren, waarvan de algemene informatie getoond wordt. Daarna kunt u via de knop 'kankersoort' zien voor welke kankersoorten het ziekenhuis informatie heeft toegevoegd.