Bestraling (radiotherapie)
Bestraling wordt voornamelijk toegepast bij patiënten met een tumor in de endeldarm.
Wat is bestraling?
Bestraling is een plaatselijke behandeling met als doel de kankercellen te vernietigen, terwijl de gezonde cellen zo veel mogelijk gespaard blijven. Kankercellen verdragen straling slechter dan gezonde cellen en herstellen zich er minder goed van. Gezonde cellen herstellen zich over het algemeen wel.
Hoe werkt bestraling?
De straling komt uit een bestralingstoestel (lineaire versneller). Het te behandelen gebied wordt van buitenaf - door de huid heen - bestraald. De radiotherapeut of radiotherapeutisch laborant zorgt ervoor dat de stralenbundel nauwkeurig wordt gericht en dat het omliggende, gezonde weefsel zo veel mogelijk buiten het te bestralen gebied blijft.
Wat is voorbestraling?
Bestraling van de endeldarm vindt meestal voor de operatie plaats (voorbestraling). Het doel is de kankercellen daarmee minder levensvatbaar te maken. Als er na de operatie toch kankercellen in het operatiegebied achterblijven, is het risico kleiner dat zij opnieuw tot een tumor uitgroeien. Ook kan bestraling vóór de operatie gericht zijn op het verkleinen van een dieper doorgegroeide tumor, zodat deze bij de operatie beter te verwijderen is. Dergelijke bestraling noemt men ook wel een neoadjuvante behandeling. Deze maakt deel uit van een curatieve behandeling.
Een voorbestraling kan bestaan uit een korte of lange serie bestralingen. De keuze hangt af van de mate waarin de tumor is doorgegroeid en de plaats waar de tumor zich bevindt.
Een korte serie bestaat uit 5 bestralingen in een week. Binnen een week daarna vindt de operatie plaats.
Bij een lange serie bestralingen krijgt u 4 tot 5 weken lang 5 maal per week bestraling. Aan de lange voorbestraling wordt meestal ook chemotherapie in de vorm van tabletten toegevoegd. De operatie vindt dan 4 tot 10 weken na afloop van de bestraling plaats. Een voorbestraling is geen uitstel van de behandeling, maar een wezenlijk onderdeel daarvan.
Bestraling als palliatieve behandeling
Bestraling wordt soms ook toegepast bij patiënten die niet (meer) operatief kunnen worden behandeld. Met deze palliatieve behandeling probeert men klachten ten gevolge van de ziekte te verminderen of te voorkomen. Meestal gaat het om pijn en problemen met de doorgankelijkheid van de endeldarm. Soms gaat het vooral om bloedverlies. Deze bestraling is vaak eenmalig of wordt in de loop van enkele dagen gegeven.
Bijwerkingen
Bestraling beschadigt niet alleen kankercellen, maar ook gezonde cellen in het bestraalde gebied. Daardoor kunt u met een aantal bijwerkingen te maken krijgen:
- verstoring van het ontlastingpatroon. Zolang de tumor nog niet is verwijderd, kunnen de klachten daaraan te wijten zijn. Maar ook door de bestraling zelf kunt u vaker aandrang krijgen en vaker op een dag ontlasting hebben. Daarnaast is het vaak onvermijdelijk dat een deel van de blaas wordt meebestraald. Het gevolg hiervan is dat u vaker moet plassen.
- een plaatselijke reactie van de huid. Er kan een rode of donker verkleurde huid (en soms blaren) ontstaan op de plek waar u bent bestraald. Ook kan het haar op die plaats uitvallen.
- vermoeidheid
De meeste klachten verdwijnen meestal enkele weken na afloop van de behandeling. Sommige mensen merken echter nog lang na hun behandeling dat zij eerder vermoeid zijn dan vóór hun ziekte.
Op de bestralingsafdeling krijgt u gerichte adviezen om zo min mogelijk last te hebben van de bijwerkingen.
Wanneer eventuele bijwerkingen optreden hangt af van of u een korte of een lange bestralingsbehandeling krijgt. Bij een korte bestralingsbehandeling vallen de bijwerkingen van de bestraling samen met de periode kort na de operatie. Bij een lange bestralingsserie treden de meeste bijwerkingen tijdens of kort na de bestraling op.
Laatst bewerkt: 18 december 2008Bron: KWF Kankerbestrijding
