Verloop van de ziekte
Bij deze vorm van kanker is het moeilijk aan te geven wanneer iemand echt genezen is. Ook na een - in opzet - curatieve behandeling bestaat het risico dat de ziekte terugkomt. We spreken daarom liever niet van 'genezingspercentages' maar van 'overlevingspercentages'. Daarbij wordt meestal een periode van vijf jaar vanaf de diagnose aangehouden.
Het risico op terugkeer is doorgaans kleiner naarmate de periode dat de ziekte niet aantoonbaar is, langer duurt.
De kans op langdurige overleving van dikkedarmkanker is groter naarmate de ziekte in een vroeger stadium is ontdekt en behandeld. Hoe kleiner de tumor, des te kleiner het risico dat deze uitzaait naar de lymfeklieren of andere plaatsen in het lichaam.
Gemiddeld overleeft ongeveer 60% van alle patiënten met dikkedarmkanker de ziekte.
Overleving in verschillende stadia
- Als de ziekte beperkt is gebleven tot de dikke darm (stadium I-II) overleeft gemiddeld 80 tot 90% van de patiënten de eerste 5 jaar.
- Bij stadium III bedraagt dat overlevingspercentage gemiddeld 60% (met adjuvante chemotherapie).
-
Als de diagnose stadium IV is, dan is de kans om de eerste 5 jaar te overleven aanzienlijk kleiner en varieert van enkele maanden tot gemiddeld twee jaar. Gekeken zal worden of het mogelijk is uitzaaiingen eventueel plaatselijk te behandelen, maar meestal is de behandeling vooral gericht op het beperken van de klachten ten gevolge van de ziekte: een palliatieve behandeling.
Overlevingspercentages voor een groep patiënten zijn niet zomaar naar uw individuele situatie te vertalen. Wat u persoonlijk voor de toekomst mag verwachten, kunt u het beste met uw behandelend arts bespreken.
Controle
Mensen die voor dikkedarmkanker behandeld zijn, blijven daarna nog lange tijd onder controle. De controles zijn vooral gericht op het ontdekken van:
-
eventuele plaatselijke terugkeer van de ziekte
- uitzaaiingen in de lever
- eventuele tweede, nieuwe tumor in de darm
De onderzoeken bestaan uit regelmatig bloedonderzoek op CEA, een coloscopie eens in de 2,5 tot 5 jaar en echografie van de lever.
Als eventuele klachten daar aanleiding toe geven, kan uw specialist besluiten tot aanvullend onderzoek bijvoorbeeld in de vorm van een röntgenfoto van uw longen of een CT-scan van uw longen en/of buik.
Na 5 jaar wordt er alleen nog gezocht naar nieuwe poliepen of nieuwe tumoren, omdat u er dan zo goed als zeker van uit kunt gaan dat u genezen bent.
Laatst bewerkt: 21 april 2009Bron: KWF Kankerbestrijding
