Bestraling (radiotherapie)
U kunt radiotherapie als enige behandeling krijgen, als adjuvante behandeling na operatieve verwijdering van het strottenhoofd of in combinatie met chemotherapie. In beide gevallen is de behandeling curatief bedoeld.
Bestraling is een plaatselijke behandeling om kankercellen te vernietigen, terwijl de gezonde cellen zo veel mogelijk gespaard blijven. Kankercellen verdragen straling slechter dan gezonde cellen en herstellen zich er minder goed van. Gezonde cellen herstellen zich over het algemeen wel.
De straling komt uit een bestralingstoestel. Het te behandelen gebied wordt van buitenaf - door de huid heen - bestraald. De radiotherapeut zorgt ervoor dat de stralenbundel nauwkeurig wordt gericht en dat het omliggende, gezonde weefsel zo veel mogelijk buiten het te bestralen gebied blijft.
Over het algemeen duurt een bestralingsbehandeling een aantal weken en heeft vier- of vijfmaal per week plaats. In die periode krijgt u per keer gedurende een aantal minuten een dosis straling. Voor bestraling is meestal geen opname in het ziekenhuis nodig.
Het kan zijn dat de arts u voorstelt om de tumor twee keer per dag te bestralen. Dit geeft vooral bij grotere tumoren soms betere resultaten. De bijwerkingen zijn echter dan ook vaak heftiger.
Voordat de bestraling begint, moet u, als u uw eigen gebit nog heeft, dat laten controleren. Door straling kan het gebit beschadigen. Dit heeft vooral te maken met de negatieve invloed van de straling op de productie en samenstelling van het speeksel. Speeksel heeft een beschermende werking tegen tandbederf. Ook als u geen eigen tanden of kiezen meer heeft, wordt er een foto gemaakt van uw kaken om eventuele resten van tandwortels op te sporen. Deze moeten altijd voor het begin van de bestraling worden verwijderd, omdat ze kunnen ontsteken. De tandarts van het ziekenhuis bekijkt of behandeling nodig is. Vaak wordt ook een mondhygiënist ingeschakeld.
Masker
Bij bestraling is het noodzakelijk dat de stralenbundel steeds hetzelfde gebied treft. Daarom moet u bij elke bestraling in dezelfde houding liggen. Wanneer u op de hals wordt bestraald, is dat een moeilijke opgave. U krijgt daarom een masker van kunststof. Daarvoor wordt een afdruk van uw hals gemaakt.
Het masker wordt vlak voor de bestraling over de onderkant van uw gezicht en over uw hals gelegd en aan de bestralingstafel bevestigd. Op het masker is het bestralingsgebied afgetekend, zodat elke keer hetzelfde gebied wordt bestraald.
Voor u heeft zo'n masker bovendien het voordeel dat u niet met inktstrepen op de hals hoeft rond te lopen. Als er op andere lichaamsdelen bestraald wordt, wordt het bestralingsgebied namelijk met onafwasbare inkt op de huid afgetekend.
Bijwerkingen
Bestraling beschadigt niet alleen kankercellen, maar ook gezonde cellen in het bestraalde gebied. Daardoor kunt u met een aantal bijwerkingen te maken krijgen.
Welke bijwerkingen zich voordoen en in welke mate, is vooral afhankelijk van de grootte van het bestralingsgebied en de hoeveelheid straling. De meeste klachten verdwijnen doorgaans enkele weken na afloop van de behandeling. Er zijn echter bijwerkingen die blijvend last kunnen veroorzaken. Op de bestralingsafdeling krijgt u gerichte adviezen om zo min mogelijk last te hebben van de bijwerkingen.
- Als u alléén wordt bestraald, dus zonder operatie, behoudt u uw stem. Mogelijk klinkt uw stem ten gevolge van de bestraling voortaan minder helder.
- Vrijwel alle patiënten krijgen in de loop van de behandeling last van vermoeidheid, minder eetlust en soms van misselijkheid. Na het beëindigen van de bestralingskuur verdwijnen deze klachten geleidelijk. Uw lichamelijke conditie zal langzaam verbeteren.
- Een andere tijdelijke bijwerking is irritatie van de huid. Na een aantal bestralingen wordt de huid rood, droger en kan stuk gaan. Deze klachten zijn het hevigst vlak na het einde van de bestralingskuur. In de loop van enkele weken zullen ze afnemen. Op de bestralingsafdeling kan men u vertellen hoe u uw huid het beste kunt verzorgen. Uw huid kan als gevolg van de bestraling blijvend donker verkleuren.
- Tijdens de bestralingskuur zult u in toenemende mate last krijgen van een droge keel en soms een droge mond. Vooral eten wordt daardoor moeilijk. Het helpt om tijdens het eten veel te drinken. Soms kan het nodig zijn om tijdelijk alleen zacht of vloeibaar voedsel te gebruiken. Na de bestralingskuur zullen deze klachten wel verminderen, maar soms niet helemaal weggaan.
- Wanneer een deel van de slokdarm in het bestraalde gebied ligt, kunt u last krijgen van een branderig gevoel tijdens het eten. Wordt een dergelijke bijwerking van de bestraling verwacht, dan krijgt u het advies om voorlopig geen scherpe dranken en etenswaren te gebruiken. Pijn in de keel kan worden verminderd met behulp van medicijnen. Meestal is deze bijwerking twee à drie weken na het einde van de radiotherapie verdwenen.
- Het slikken kan pijn doen. De pijn wordt veroorzaakt door ontsteking van het slijmvlies en kan worden verminderd met behulp van medicijnen. Meestal is deze bijwerking twee à drie weken na het einde van de radiotherapie veel minder geworden.
- U kunt last krijgen van hinderlijke slijmvorming als gevolg van de behandeling. Voeding is nooit de oorzaak. Misschien heeft u het idee dat de slijmklachten na gebruik van melk en suikerrijke producten toenemen. Zoete melkproducten (zoals gewone melk) laten een plakkerig gevoel in de mond achter. Dit wordt als slijmerig ervaren, maar er wordt niet daadwerkelijk meer slijm geproduceerd.
- Uw smaak kan veranderen.
De bijwerkingen worden verergerd wanneer u tijdens de bestraling doorrookt en/of alcohol gebruikt.
Kijk bij Voeding voor voedingtips bij smaakverandering, pijnlijke of droge mond en/of keel et cetera.
Tijdens de bestralingskuur wordt u met regelmaat door een radiotherapeut gecontroleerd. Bijwerkingen van een bestralingskuur kunnen veel van u vergen. Daarom zal de arts hier ruim aandacht aan besteden. Vanwege de veelvoorkomende problemen met eten is een persoonlijk advies van een diëtist zinvol. Tijdens de bestralingskuur heeft u regelmatig een afspraak met een diëtist.
Palliatieve bestraling
Een bestralingkuur kan ook worden geadviseerd om klachten ten gevolge van de ziekte te verminderen. Zo kan met bestraling pijn worden bestreden. Ook kunnen kortademigheid en problemen met het doorslikken van voedsel verminderen.
Laatst bewerkt: 22 augustus 2009Bron: KWF Kankerbestrijding
