Chemotherapie
Chemotherapie is de behandeling van kanker met celdodende of celdelingremmende medicijnen: cytostatica. Er zijn verschillende soorten cytostatica, elk met een eigen werking. De medicijnen kunnen op verschillende manieren worden toegediend, bijvoorbeeld per infuus, als tablet of per injectie.
Chemotherapie wordt bij strottenhoofdkanker in toenemende mate en altijd in combinatie met radiotherapie toegepast bij uitgebreidere tumoren om een totale laryngectomie te voorkomen. Eerst wordt er chemotherapie gegeven, na een rustperiode van twee of drie weken volgt radiotherapie. (Neo-adjuvante chemotherapie.)
Chemotherapie wordt ook toegepast als palliatieve behandeling. Deze behandeling wordt voorgesteld aan:
- patiënten bij wie de ziekte in een te vergevorderd stadium wordt ontdekt
- patiënten bij wie nieuwe tumorcellen in het eerder behandelde gebied zijn vastgesteld en bij wie andere behandelmethoden niet meer mogelijk zijn
Bijwerkingen
Cytostatica tasten naast kankercellen ook gezonde cellen aan. Daardoor kunnen onaangename bijwerkingen optreden, bijvoorbeeld:
- haaruitval
- misselijkheid
- braken
- darmstoornissen
- verhoogd risico op infecties
- vermoeidheid
Acute misselijkheid en overgeven zijn meestal te bestrijden met medicijnen. De bijwerkingen verminderen doorgaans geleidelijk nadat de cytostaticatoediening is beëindigd. Vermoeidheid kan na de behandeling echter nog lang aanhouden.
Of u last krijgt van bijwerkingen hangt onder meer af van de soorten en hoeveelheden cytostatica die u krijgt.
Als chemotherapie bij strottenhoofdkanker als palliatieve behandeling wordt gegeven, zijn de bijwerkingen over het algemeen betrekkelijk mild.
Laatst bewerkt: 22 augustus 2009Bron: KWF Kankerbestrijding
