Operatie (chirurgie)
Een operatie bij strottenhoofdkanker kan bestaan uit een gedeeltelijke of een gehele verwijdering van het strottenhoofd.
Wanneer de tumor nog klein is, kan soms worden volstaan met een gedeeltelijke verwijdering van het strottenhoofd (partiële laryngectomie). Net als bij radiotherapie kunt u daardoor vaak uw stem behouden. Wanneer een operatie nodig is, krijgen de meeste patiënten echter het advies het gehele strottenhoofd te laten verwijderen. Deze ingreep noemt men een totale laryngectomie.
Bij sommige mensen komt de tumor na een bestralingskuur weer terug, ook dan wordt een partiële laryngectomie of een laserbehandeling verricht. Wanneer u voor de operatie niet bent bestraald, vindt bestraling soms ná de operatie plaats. Of een bestralingskuur nodig is, wordt vastgesteld aan de hand van het weefselonderzoek dat na de operatie plaatsvindt.
Bij een totale laryngectomie wordt het strottenhoofd met de stembanden en het strotklepje verwijderd. Dit heeft tot gevolg dat u geen stem meer heeft. Het strotklepje zorgt er normaal gesproken voor dat de luchtpijp tijdens het slikken wordt afgesloten, zodat u zich niet verslikt bij het eten en drinken.
Omdat het strotklepje verwijderd is, wordt onder in de hals een opening gemaakt in de huid. Vervolgens wordt het bovenste uiteinde van de luchtpijp aan de huidranden van deze opening gehecht. Op deze manier zijn de ademweg en de voedselweg van elkaar gescheiden en is verslikken niet mogelijk. De opening in de hals wordt een stoma genoemd. U ademt in het vervolg via het stoma.
Het stoma kan in het begin bij sommige patiënten de neiging hebben nauwer te worden. Om luchtdoorgang te garanderen, wordt dan een buisje (canule) in het stoma geplaatst. Dit kan tijdens de operatie of in een later stadium nodig zijn. De canule houdt het stoma open en kan gemakkelijk worden ingebracht en verwijderd.
Na de operatie zal een verpleegkundige u leren het stoma en de canule te verzorgen. Vaak is de canule na verloop van tijd overbodig.
Door de operatie is er geen verbinding meer tussen de mond en keelholte enerzijds en de luchtpijp anderzijds. In- en uitademen en ook hoesten kan niet meer via de neus en de mond.
Uw neus zorgt er, normaal gesproken, voor dat de ingeademde lucht wordt bevochtigd, verwarmd en gereinigd. Deze functie van de neus kan worden overgenomen door een zogenoemde kunstneus of filter. Het filter kan bevestigd worden op de canule of in een speciaal soort pleister. Wat voor u het meest geschikt is, overleggen de verpleegkundige, logopedist of arts met u.
Wanneer uit onderzoek is gebleken dat u uitzaaiingen heeft in de halsklieren, dan worden deze klieren tijdens dezelfde operatie verwijderd. Dit heeft tot gevolg dat de hals op de plaats waar de operatie heeft plaatsgevonden zichtbaar slanker wordt.
Na de operatie zult u opnieuw moeten leren spreken. Over spraakrevalidatie leest u meer bij Revalidatie na een totale laryngectomie.
Laatst bewerkt: 22 augustus 2008Bron: KWF Kankerbestrijding
