Strottenhoofdkanker (selectie ongedaan maken) < selecteer een ziekenhuis voor informatie op maat

Spraakrevalidatie na een totale laryngectomie

Een totale laryngectomie is een grote operatie. Het is daarom nodig om hierna te revalideren. Niet alleen op algemeen lichamelijk en geestelijk gebied, maar ook het spreken en ruiken moet gerevalideerd worden.

Spraakrevalidatie

Een totale laryngectomie brengt vaak veel emoties teweeg. Iedere patiënt zal zich afvragen of hij na de ingreep weer in staat zal zijn om te spreken. Daarom krijgt u al vóór de operatie bezoek van een logopedist. Een logopedist is speciaal opgeleid om mensen te helpen die spraak- en/of stemstoornissen hebben. Voor de operatie beoordeelt de logopedist uw manier van spreken en uw stemgeluid. Hij bekijkt hoe u bij het spreken uw tong en uw gebit gebruikt. Als u een gebitsprothese heeft, wordt nagegaan of deze goed past. Een slecht passende prothese kan een belemmering vormen bij het opnieuw leren spreken na de operatie.  

 

Alle ziekenhuizen bieden u voor de operatie de mogelijkheid een gesprek te hebben met iemand die eerder een laryngectomie heeft ondergaan. Zo kunt u een indruk krijgen van de mogelijkheden van spreken na de operatie.  

 

De eerste dagen na de operatie zijn voor veel patiënten het moeilijkst. Niet kunnen spreken, maar alles moeten opschrijven, is iets dat de meesten niet zonder moeite accepteren.  

 

Meestal kunt u ongeveer tien dagen na de operatie, tijdens uw verblijf in het ziekenhuis, beginnen met de spraakrevalidatie.

Stemprothese

Bij de meeste patiënten wordt tijdens de operatie een stemprothese ingebracht. Hiervoor wordt een verbinding gemaakt tussen de luchtpijp en de slokdarm, een soort kanaaltje. In dit kanaaltje wordt een kunststof ventiel aangebracht. Deze stemprothese wordt ook wel spraakkno(o)pje of button genoemd. Lucht uit de longen kan nu via de luchtpijp en de stemprothese in de slokdarm komen. Het ventiel zorgt ervoor dat eten en drinken niet van de slokdarm in de luchtpijp komen.  

 

Om met een stemprothese te kunnen spreken moet u tijdens uitademing het stoma afsluiten. U kunt het stoma afsluiten door het dragen van een speciale pleister met filter dat u met uw vinger dicht kunt duwen. U kunt het stoma ook afsluiten door een vinger op het stoma te houden. De lucht komt dan via de prothese in de slokdarm terecht. Hier komt de lucht in trilling en ontstaat geluid. Door vervolgens de mond op de normale manier te bewegen, kunt u spreken.  

 

Naast pleister met filter en een vinger om het stoma af te sluiten, kunt u ook gebruik maken van een zogenoemde automatische of handsfree spreekklep, die in dezelfde pleister wordt aangebracht. De spreekklep maakt het mogelijk om door middel van een korte luchtstoot het stoma af te sluiten en te spreken, zonder uw handen te gebruiken.   De spreekklep wordt pas aangemeten wanneer u voldoende vaardigheid heeft ontwikkeld in het gebruik van de stemprothese, uw spraak vloeiend is en de kwaliteit van uw stem goed. In de meeste gevallen is dit enige tijd na de operatie. Het lukt echter niet iedere patiënt om een automatische spreekklep te gebruiken.  

 

Na de plaatsing van een stemprothese leert u, met de hulp van een logopedist, vaak in enkele dagen spreken. De stem klinkt over het algemeen beter dan bij de hierna beschreven slokdarmspraak en er kan vloeiender gesproken worden.  

 

Na ontslag uit het ziekenhuis zullen de meeste patiënten met de logopedische begeleiding doorgaan in of nabij hun woonplaats. De logopedist in het ziekenhuis regelt dit in samenspraak met u.  

 

Bij sommige patiënten is het niet mogelijk om tijdens de operatie een stemprothese in te brengen. Als de wond is genezen, kan gekeken worden of dit alsnog mogelijk is. Voor het inbrengen van de prothese is dan een korte narcose nodig.

Schoonmaken van de stemprothese

De stemprothese moet elke dag minimaal twee keer worden schoongemaakt. U leert in het ziekenhuis hoe dit moet.  

Lekkage en verstopping 

Op den duur krijgen alle patiënten te maken met lekkage van de stemprothese. Gemiddeld komt dat om de drie maanden voor. Lekkage ontstaat vaak doordat schimmels uit de mondholte de stemprothese aantasten.  

 

Bij het drinken kan dan via of langs de prothese vocht in de luchtpijp lopen. Hierdoor gaat u hoesten en hoest u drank en voedingsresten via het stoma op. Er kan ook lekkage ontstaan langs de stemprothese. De opening waar de stemprothese in zit, is dan te ruim geworden.  

 

Ook kan de stemprothese verstopt raken. Probeer dan eerst de stemprothese schoon te maken. Bij lekkage of als de verstopping niet op te heffen is, moet een nieuwe prothese worden ingebracht. Dit kan op de polikliniek gebeuren. Meestal is het niet nodig om een verdoving te gebruiken. Totdat u bij de polikliniek terecht kunt, sluit u de stemprothese af met een speciaal dopje. U kunt dan wel eten en drinken, maar niet praten via de stemprothese.

Slokdarmspraak

Voordat de stemprothese zijn intrede deed, leerden alle gelaryngectomeerden spreken via de slokdarmspraak. Sinds de komst van de stemprothese wordt er vaak naar gestreefd dat de patiënt óók de slokdarmspraak beheerst. In geval van bijvoorbeeld lekkage of verstopping, of als u beide handen nodig heeft, kunt u dan toch nog praten.   Bij sommige patiënten is het overigens niet mogelijk om een stemprothese te plaatsen. Zij leren altijd te spreken door middel van de slokdarmspraak.  

 

Bij deze methode moet u kleine hoeveelheden lucht in de mond happen. Vervolgens brengt u deze lucht met een beweging van de tong tot halverwege de slokdarm. Daarna brengt u de lucht weer naar boven, waardoor het bovenste deel van de slokdarm gaat trillen. Hierdoor ontstaat geluid. Door uw mond op de normale manier te bewegen, kunt u spreken.  

 

Om deze spraak aan te leren is een oefenprogramma onder leiding van een logopedist nodig. Geduld en doorzettingsvermogen zijn hierbij noodzakelijk.  

 

Menig patiënt is, na verloop van tijd, in staat zich goed verstaanbaar te maken. Wel heeft het regelmatig happen van lucht tot gevolg dat men niet vloeiend kan spreken. Doordat er bij deze methode minder lucht beschikbaar is dan bij de methode met de stemprothese, klinkt de spraak over het algemeen ook zachter. Niet elke patiënt is in staat de slokdarmspraak te leren.  

 

Zowel bij spraak door middel van de stemprothese als bij slokdarmspraak is het niet mogelijk om te fluisteren, te schreeuwen of te zingen. Ook klinkt uw stem vrij monotoon. Het is daardoor moeilijk om emoties als woede, angst maar ook blijdschap in uw stem te laten doorklinken. Veel patiënten ervaren dit als een groot gemis. Daarnaast wordt bij emoties het spreken vaak onmogelijk. Dit is een extra moeilijkheid waar u mee moet leren leven.

Elektronische spreekapparatuur

Wanneer het u niet lukt om de prothesespraak of de slokdarmspraak redelijk tot goed te leren beheersen, kunt u gebruikmaken van elektronische spreekapparatuur, de zogenoemde elektrolarynx. Dit apparaat ziet er uit als een microfoon. Tijdens het spreken houdt u dit tegen de hals of de wang. Het apparaat gaat trillen als u het aanzet. Via de huid gaat de lucht in uw mond dan ook trillen. Hierdoor ontstaat geluid en kunt u spreken.  

 

Deze manier van spreken klinkt 'elektronisch'. Als u de prothese- of slokdarmspraak niet meester wordt, biedt het echter een goede mogelijkheid om toch te kunnen spreken.

Laatst bewerkt: 22 augustus 2008Bron: KWF Kankerbestrijding


Voor de disclaimer, zie: http://www.kankerwiehelpt.nl/disclaimer-8.html
 

Mededeling

U ziet op deze pagina 'slechts' een beperkt aantal ziekenhuizen. Dit betekent dat alleen getoonde ziekenhuizen voor deze kankersoort eigen ziekenhuisinformatie hebben toegevoegd.

 

Als een ziekenhuis over een kankersoort nog geen eigen informatie heeft toegevoegd, betekent dit niet dat u daar niet behandeld kunt worden. Het betekent óók niet dat het ziekenhuis niet deskundig is.

 

Wanneer u kiest voor 'Toon alle ziekenhuizen' krijgt u de mogelijkheid om een ziekenhuis te selecteren, waarvan de algemene informatie getoond wordt. Daarna kunt u via de knop 'kankersoort' zien voor welke kankersoorten het ziekenhuis informatie heeft toegevoegd.